Feestelijke onrust

Soms zorgt geluk voor een glimlach,
soms zorgt een glimlach voor geluk

Onlangs besloot ik mijn drie vriendinnen uit te nodigen voor een avondje bijkletsen bij de haard. Gewoon om horen hoe het met elkaar is en wat de anderen bezig houdt. Na een poos viel het woord mediteren, waarschijnlijk ongeveer in de trant van: misschien moet je mediteren, dat werkt bij Anouk ook. Of ik zei zelf dat het mij zo helpt. Ik weet het niet meer precies maar een van mijn vriendinnen vertelde dat ze het wel eens probeert, op dat kussentje gaan zitten en luisteren hoe je adem stroomt, maar dat ze er dan altijd zo boos van wordt.

Dat zette mij aan het denken. Herken ik dat?
Woede of boosheid is er in vele vormen en is, net als vreugde en blijheid een energie. Ik weet nog toen ik daarover las in het boek Omarm je woede van de Vietnamese zenmonnik Tich Nhat Hanh en niet voelde wat hij schreef. Ik ben uitgerust met de slopende eigenschap alles wat ik hoor en lees te ontleden in mijn innerlijke onderzoekscentrum. Dus ging ik aan de slag.

Aan de uitkomst wordt nog steeds druk gewerkt, maar dit zijn mijn voorlopige conclusies:
Er raast bijna non-stop een vuur door mij heen. De vlammen slaan soms wild om zich heen en op andere momenten is het een knisperend vuurtje. Het gekke is dat het lijfelijke gevoel van deze vuurshow zowel voor opwinding in de vorm van irritatie, woede of onuitstaanbare onmacht als voor opwinding in de vorm van vreugde, wilde trotsheid of pirouettes van dankbaarheid kunnen zorgen.
De bakermat van al deze emoties is dus één en dezelfde. Het gevoel van razernij. Onrust in je onderbuik.
Door onze drukke levens of gewoon omdat we geen zin hebben om even stil te staan, voelen we dat vuur niet. Het rad draait te snel om te zien hoeveel balletjes er precies in zitten.

Ik las mijn schrijfschriften terug en ontdekte dat ik ook boos werd van stil te zitten. Ik werd er verschrikkelijk geïrriteerd van. Alles in mij jumpte zo hard mogelijk op en neer. Ik besloot niet op te geven en met vallen en weer gaan zitten ontdekte ik dat ik niet naar het vuur kón gaan, het was te heet van dichtbij. Elke keer als ik probeerde ‘rustig’ naar mijn onderbuik te ademen, kwam ik niet verder dan zo ongeveer mijn maag.
Gestaag kwam ik elke week een stukje verder. Ik kreeg steeds minder het gevoel dat ik me verbrande, ik schrok minder terug.

Vandaar dat ik nu kon zeggen tegen mijn vriendin dat ik juist rustig wordt van mediteren. De haard is nu een knisperend vuurtje waar ik behaaglijk bij kan gaan zitten.
In drukke tijden, of wanneer ik te veel drukte verzamel, wordt ik de dag door gejaagd door het vuur. Helpen met surprises maken, appjes beantwoorden, fruithap maken voor onze pretletter, mijn nieuwe lockmachine uitproberen, voorkomen dat Jop zichzelf brandmerkt met het lijmpistool, welke kleuren worden samen ook al weer bruin? Bezinnen op de meditatie die ik vanavond geef. Wanneer zal ik mijn kerstgerecht uitproberen? Waar heb ik die Sint cadeaus verstopt? Wasje erin. o ja, die breinaalden voor de moeder van Tapalane niet vergeten mee te geven morgen.
Hier komen dan dus mijn op het stilte kussentje verworven tools van pas. Met de pook van aandacht por ik wat zware blokken aan de kant voor een beheerster vuur en met een diepe inhalering blaas ik wat zuurstof bij als mijn positiviteit dreigt uit te doven. Zo transformeert onrust in rust en soms zelfs intense irritatie (ik durf het haast geen woede te noemen) in liefde. Klinkt heel soft hè?! Of zweverig. Maar ik vind het dus heel hardcore, om de woorden van mijn lievelingsschrijver Geertje Couwenbergh maar weer even aan te halen. Het voelt super rauw, met spikes onder mijn schoenen die berg op. Om uiteindelijk die vreselijke lava van ware gevoelens in te duiken. Die rasende angsten en onuitstaanbare verlangens. Als het me ooit lukt er tussenin te blijven zitten, zal ik altijd liefdevol kunnen reageren op alle hectiek, ‘irritante vragen’ en andere doorsnee uitdagingen van het leven.

Het slechte nieuws is dat we het werkstuk nooit helemaal af hebben, we moeten er aan blijven knutselen. Daarom ga ik vanavond weer bij het vuur zitten en stop ik nu weer met schrijven om bij mijn gezin te zijn. Hopelijk preken we gauw weer af om te horen hoe het gaat rond het vuur. Mediteren is niet het doel, maar wel een middel.

Zie ik je vanavond?

Geef een reactie